“Ik wilde jou helemaal niet horen, zien of spreken...”

“Je vroeg op het verkeerde moment hoe het met mijn vader ging! Goed bedoeld en lief maar op dat moment wilde ik hélémaal niets van jou, ook geen goedbedoelde interesse of aandacht”.

Zooooo, die komt binnen, ze staart met betraande ogen in een verte die vol met herinneringen zit van de tijd vlak voor en na het overlijden van haar enige echt grote vriend, haar vader. Hij was een dorpsgenoot van mij en ik zit met zijn dochter het zo persoonlijke afscheid wat ik voor hem mocht organiseren na te bespreken. Twee koppen koffie en een bos bloemen op tafel voor ons. 

Het afscheid was passend bij zijn werkzame leven als boer, een informeel samenzijn bij Hof te Boekelo en daarna naar een natuurbegraafplaats. Ronde tafels, appelkanjers bij de koffie “omdat mijn vader echt een kanjer is” en een rieten mand omdat het andere alle maal zo ‘hard’ is.

Van de gesprekken met hem zelf voorafgaand aan zijn afscheid herinner ik me zijn gebroken stem, de betraande ogen als hij vertelde over het komende afscheid zijn dochter. Het werd een ware strijd tussen hart en hoofd, tussen loslaten en vasthouden en uiteindelijk kon hij loslaten, afscheid nemen en een dag en uur bepalen waarop hij wilde overlijden. De dochter kon niet anders dan het laten gebeuren, ondanks haar weerstand en moest mee in het proces van actief afscheid nemen.

Hoe herkenbaar is dit voor mij zelf… ik nam op 27-jarige leeftijd, net 10 dagen moeder van mijn oudste zoon Thijs, op dezelfde manier afscheid van een evenzo geliefde vader, mijn vader, Henk Klop. Ik zag destijds de arts met ‘het koffertje’ binnenkomen en dacht “deze man vermoordt mijn vader” en bleef als vastgenageld op de trap zitten en liet het gewoon gebeuren… het was immers wat mijn vader wilde en gelijk had ie, er was immers geen enkele kwaliteit van leven meer voor hem.

Zo heeft deze dochter dat proces van bewust en gepland afscheid nemen van haar vader ook beleefd. We delen dezelfde ervaring en dat doet zichtbaar goed. Mij ook. Ik snap als geen ander dat wanneer je middenin de bekende fase ‘tussen hoop en vrees’ zit, je mij als uitvaartondernemer niet wilt zien, horen of spreken… natuurlijk niet, ik sta voor iets waar je niet aan wilt, niet aan kúnt… de dood.

En hoe menselijk betrokkenheid ook is, ik realiseer me dat ik op dat moment meer ‘uitvaartondernemer’ dan ‘mens’ ben en zeg tegen de dochter dat ze groot gelijk had op dat moment. Ik zou ‘mij’ ook niet in mijn leven hebben gewild op dat kwetsbare moment.

We geven elkaar een dikke knuffel, ik pak de prachtige grote fleurige bos bloemen op en loop met een warm gevoel naar mijn auto. Ik kijk nog een keer om en zwaai en hoor haar nog net “Karen, het was mooier dan we hadden kunnen bedenken, en het komt goed met mij, écht!” zeggen en zie weer biggelende tranen op haar wangen.